Over recruitment, HR en de valkuil van alles zelf blijven oplossen
Maandagochtend om 10:00 uur stond ik buiten met mijn hardloopschoenen aan. Klaar voor een run van tien kilometer.
Alleen had ik dit keer vooraf iets met mezelf afgesproken: ik zou vanuit rust lopen. Geen tempo najagen, geen prestatiedrang, geen standje maximaal. Gewoon rennen in een rustige cadans.
Vlak daarvoor had ik nog een gesprek met een ondernemer. Een potentiële opdrachtgever binnen een technische organisatie. We spraken over het neerzetten van een HR-fundament. Zo’n traject waarvan je eigenlijk weet dat het belangrijk is, maar waarvoor in de dagelijkse drukte niet zomaar ruimte ontstaat.
Tijdens het gesprek vertelde hij meerdere keren hoe druk het was. Dus je kunt je misschien voorstellen dat hij even verbaasd reageerde toen ik vertelde dat ik op het punt stond te gaan hardlopen.
We hadden inmiddels een voorstel gedaan voor het neerzetten van dat fundament. En gelukkig voelde dat ook goed voor hen. Maar uiteindelijk kwam er toch een ander bericht: ze besloten het voorlopig zelf op te pakken.
En dat mag natuurlijk. Ik snap deze keuzes ook.
Maar terwijl ik even later door het bos rende, bleef het gesprek toch hangen. Niet omdat ze besloten het zelf te doen, maar omdat het precies raakt aan een patroon dat ik vaker zie.
Er wordt aan de bel getrokken, juist omdat het belang wordt gezien. Maar toch voelt zelf blijven rennen en oplossen soms logischer dan echt ruimte maken om terug te gaan naar de basis. Naar het fundament. Met de juiste expertise.
Niet omdat organisaties dat niet willen. Maar omdat het gevoel heerst dat je dit er zelf nog wel even “bij” kunt doen. Terwijl juist dat op termijn vaak meer tijd, energie en groeiruimte kost.
En precies daar begint het te wringen. Want hoe stevig wordt je basis als die vooral tussen de bedrijven door wordt gebouwd? Terwijl juist die basis bepaalt hoe stevig je als organisatie kunt doorgroeien.
Als groei sneller gaat dan je fundament
Binnen technische organisaties zie je dat vaak heel concreet terug. Vacatures blijven langer openstaan, teams vangen het tekort op, leidinggevenden duiken vaker zelf de operatie in en HR ziet vaak wel wat er nodig is, maar wordt opgeslokt door alles wat nú aandacht vraagt.
En ondertussen blijft veel kennis bij dezelfde professionals liggen.
Dat zijn geen losse HR-signalen. Het zijn signalen dat groei zwaarder begint te leunen op dezelfde schouders: dezelfde teams, dezelfde leidinggevenden en dezelfde professionals die de organisatie draaiende houden.
Een tijdje gaat dat goed. Tot vacatures structureel lastiger in te vullen zijn. Tot leidinggevenden vooral nog aan het bijsturen zijn. Tot HR vooral brandjes blust. Tot recruitment pas aandacht krijgt als de druk al hoog is.
Dan is recruitment geen los vraagstuk meer. Dan raakt het direct aan continuïteit: aan projecten, klantafspraken, werkdruk, kennisbehoud en de schaalbaarheid van je organisatie.
Recruitment als onderdeel van je fundament
Recruitment is voor mij vaak een spiegel van groei. Het laat zien of een organisatie vooruit kijkt, of vooral reageert zodra er iets schuurt.
In veel bedrijven start recruitment pas wanneer iemand vertrekt. Het team vangt de werkzaamheden op, de druk loopt op, er ontstaat onrust en dan moet er “zo snel mogelijk iemand komen”.
Logisch, want op dat moment is de urgentie hoog. Maar recruitment vanuit haast levert niet altijd duurzame keuzes op. Dan kijk je vooral naar wie snel kan starten, terwijl de betere vragen vaak zijn: wie past hier écht? Welke competenties missen we structureel? Waar zit de druk in het team? Welke kennis willen we behouden of versterken? En hoe bouwen we aan een sterk team voor de lange termijn?
Want recruitment gaat niet alleen over het invullen van een vacature. Het gaat over richting. Over keuzes. Over de vraag wat je organisatie nodig heeft om duurzaam te kunnen groeien.
Welke professionals heb je nodig? Waar wil je naartoe? Wat vraagt dat van je leiderschap, je cultuur en je manier van samenwerken? En hoe zorg je dat professionals niet alleen binnenkomen, maar ook passen bij wat je aan het bouwen bent?
Voor mij is recruitment daarmee geen losse actie aan het einde van de keten. Het is onderdeel van het fundament.
Ruimte maken voor wat straks nodig is
Ik herken die neiging om te blijven rennen zelf ook. Lange tijd dacht ik dat succes zichtbaar moest zijn in beweging: een volle agenda, veel projecten, meer verantwoordelijkheid, continu doorgaan.
Maar steeds vaker merk ik dat echte groei niet alleen vraagt om harder werken. Het vraagt ook om ruimte. Om te kiezen, vooruit te kijken en te bouwen aan wat straks nodig is, niet alleen aan wat vandaag aandacht vraagt.
Dat geldt voor mij als ondernemer, maar net zo goed voor organisaties die willen doorgroeien.
Je kunt als organisatie lang blijven schakelen, oplossen en doorgaan. En soms is dat ook nodig. Maar als dat de standaard wordt, bouw je niet meer aan groei. Dan houd je vooral overeind wat eigenlijk om een steviger fundament vraagt.
Soms begint duurzame groei met eerlijk erkennen dat de basis niet sterker wordt als je die steeds tussen de bedrijven door blijft bouwen.
Met regie op recruitment, een werkgeversmerk dat klopt, een duidelijk beeld van welke professionals je nodig hebt en HR dat niet alleen uitvoert, maar strategisch bijdraagt aan groei.
Want doorgroeien lukt vaak niet als je aanpak blijft hangen in hoe je het altijd deed.
Een organisatie die toekomstbestendig wil groeien, heeft niet alleen professionals nodig, maar richting, keuzes, structuur en ruimte om vooruit te kijken.
Herken je dit binnen jouw organisatie?
Dan denk ik graag eens mee over hoe je van ad hoc recruitment naar meer grip, richting en continuïteit beweegt.
